Meest gestelde vragen

Er zijn 44.000 kinderen in Nederland die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen omdat er problemen zijn in het gezin. Daarvan hebben er 2.000 zwaardere gedragsproblemen die intensieve professionele zorg nodig hebben. Het beste ontwikkelingsperspectief voor déze kinderen is opvang in het gezin van een professionele hulpverlener, een gezinshuisouder.

In het gezinshuis verblijft een kind in het gezin van de professionele hulpverlener thuis. Deze professionele hulpverlener noemen we de gezinshuisouder. De gezinshuisouder krijgt ondersteuning van een ambulant hulpverlener, een gedragswetenschapper en een pedagogisch medewerker. Samen werken we op methodische wijze aan de hulpverleningsdoelen van het kind. Op deze manier kan het kind toch in een gezinssituatie verblijven in plaats van in een open of gesloten leefgroep.

Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar met zwaardere (gedrags-)problemen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen en een stabiele gezinssituatie nodig hebben.

Je vangt de kinderen op in je eigen huis. 24 uur en 7 dagen in de week. Binnen een zo alledaags mogelijke stabiele leef- en opvoedsituatie volg je de ontwikkeling van de kinderen, biedt ze structuur, leert ze sociale- en praktische vaardigheden en werkt met ze aan de verbetering van hun gedrag. De periode dat een kind bij je in huis komt wonen is tijdelijk en kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren. Dit is afhankelijk van de leeftijd, de problematiek en de ontwikkeling. Tegelijkertijd bieden we ook opvoedondersteuning aan de ouders. Waar mogelijk werken we ernaar toe dat het kind of de jongere weer thuis kan gaan wonen.

Sommige kinderen hebben zware, meerdere en ingewikkelde problemen. Bijvoorbeeld door een traumatische gebeurtenis. Voor deze kinderen is het niet altijd mogelijk om in een pleeggezin te wonen. Zij kunnen terecht in een gezinshuis met gezinshuisouders.

Een gezinshuis is vaak een 'normaal' gezin in een normale wijk. Het verschil met pleegzorg is dat minimaal 1 van deze ouders een professional is binnen de jeugdhulp. Deze ouder krijgt ook betaald voor de opvang van het kind.

Je vangt kinderen op in je eigen huis. Mocht je dat willen, dan kunnen we je helpen met het zoeken naar een geschikt huis of een verbouwing in je huidige woning.

Om gezinshuisouder te worden heb je een afgeronde pedagogische of sociaal maatschappelijke opleiding nodig op minimaal MBO 4 niveau. Heb je een andere opleiding of bijvoorbeeld veel ervaring in het werken met jongeren? Neem contact met ons op, dan bespreken we wat er mogelijk is.

De ruimte die je nodig hebt in huis is afhankelijk van het aantal kinderen dat je opvangt. Sommige gezinshuisouders wonen in een appartement, anderen in een eensgezinswoning. Je hoeft als gezinshuisouder zeker niet een enorm huis te hebben. Het belangrijkste: ieder gezinshuiskind heeft een eigen kamer nodig. 

Dat kan, zolang jij (of je partner) buiten schooltijden beschikbaar bent. Een andere mogelijkheid is het combineren van je andere baan met een functie als weekend- en vakantie gezinshuisouder.  

Ja, ook als alleenstaande kun je gezinshuisouder zijn. Gezinshuisouder is een pittige baan, dus we kijken in de sollicitatieprocedure samen wel goed naar welke ondersteuning er vanuit jouw netwerk mogelijk is. 

Ja, in al deze situaties kun je gezinshuisouder worden. We kijken samen zorgvuldig naar de samenstelling van het gezin en welke kinderen je het beste kunt opvangen.

Als gezinshuisouder heb je recht op 23 vrije weekenden per jaar en 5 weken vakantie. De gezinshuiskinderen verblijven dan ergens anders, bijvoorbeeld bij een andere (parttime) gezinshuisouder of in een logeerhuis. 

Nee. Om zoveel mogelijk de stabiliteit en rust te waarborgen voor een gezinshuiskind is het de bedoeling dat de gezinshuisouder en/of diens partner buiten schooltijden beschikbaar is.

Meer weten over deze baan?